Marketingwoordenboek
SEO-termen uitgelegd.
Van zoekwoord tot backlink: de belangrijkste SEO-begrippen in gewone taal uitgelegd, met voorbeelden uit de praktijk.
0-9
- 301-redirectEen permanente doorverwijzing van een oude URL naar een nieuwe, voor bezoekers en Google.
- 302-redirectEen tijdelijke doorverwijzing van de ene URL naar de andere, waarbij de oude URL blijft bestaan.
- 404-foutDe foutmelding die verschijnt als een pagina niet bestaat of niet meer op die URL te vinden is.
- 410-statuscodeDe HTTP-statuscode die aangeeft dat een pagina bewust en definitief is verwijderd.
- 500-foutEen foutmelding die laat zien dat de server een onverwacht probleem heeft en de pagina niet toont.
A
- AEO (Answer Engine Optimization)Content zo opbouwen dat zoekmachines en AI-assistenten er direct een antwoord uit kunnen halen.
- AI OverviewsDoor AI gemaakte samenvattingen bovenaan de Google-resultaten, met links naar de bronnen.
- AI SEOEen overkoepelende term voor SEO in het AI-tijdperk: zichtbaar zijn in AI-antwoorden en AI inzetten.
- AlgoritmeDe set regels en berekeningen waarmee een zoekmachine bepaalt welke pagina’s hoger komen.
- Alt-tekstEen korte beschrijving van een afbeelding, bedoeld voor schermlezers en zoekmachines.
- AnkertekstDe klikbare tekst van een link, die bezoekers en Google laat zien waar de link naartoe leidt.
B
- BacklinksLinks van andere websites naar jouw website, die zoekmachines als vertrouwenssignaal gebruiken.
- BERTEen taalmodel van Google dat sinds 2019 helpt de context van woorden in zoekopdrachten te begrijpen.
- Bing Webmaster ToolsEen gratis tool van Microsoft om te zien hoe je website presteert in Bing.
- Black hat SEOSEO-methoden die de richtlijnen van zoekmachines overtreden om sneller hoger te komen.
- Brand mentionsVermeldingen van je merknaam op andere websites, zoals in artikelen of reviews, met of zonder link.
- Branded zoekwoordenZoekopdrachten waarin de naam van een merk of bedrijf voorkomt, zoals een bedrijfsnaam plus product.
- BreadcrumbsEen navigatiepad bovenaan een pagina dat laat zien waar je je binnen de website bevindt.
C
- CanonicalEen tag die aan Google laat zien welke URL de voorkeursversie is als content dubbel voorkomt.
- CategoriepaginaEen webshoppagina die producten van hetzelfde type bundelt, zoals alle hardloopschoenen.
- ccTLDEen landgebonden domeinextensie, zoals .nl, .de of .be, die aangeeft voor welk land een site is.
- Citation FlowEen Majestic-score van 0 tot 100 die aangeeft hoeveel links naar een site verwijzen.
- CloakingZoekmachines en bezoekers bewust verschillende inhoud tonen, wat tegen de richtlijnen van Google is.
- CLS (Cumulative Layout Shift)Een Core Web Vitals-maatstaf die meet hoeveel een pagina tijdens het laden onverwacht verspringt.
- Commerciële zoekintentieDe intentie van iemand die opties onderzoekt en vergelijkt voordat hij iets koopt.
- Content auditEen beoordeling van alle content op je site om te bepalen wat blijft, beter moet of weg kan.
- Content pruningZwakke of verouderde pagina’s verbeteren, samenvoegen of verwijderen om je site sterker te maken.
- Core updateEen brede aanpassing van Google aan de rankingsystemen die veel zoekresultaten verschuift.
- Core Web VitalsDrie meetwaarden van Google voor laadsnelheid, reactiesnelheid en stabiliteit van een pagina.
- Crawl budgetHet aantal pagina’s dat Googlebot in een bepaalde periode op jouw website kan en wil bezoeken.
- CrawlenHet proces waarbij een zoekmachine webpagina’s ontdekt en ophaalt door links te volgen.
- CTR (Click-through rate)Het percentage mensen dat op je resultaat of advertentie klikt van iedereen die het zag.
D
- DisavowEen Google-functie om backlinks aan te wijzen die Google niet mee mag wegen voor jouw site.
- Dode linksLinks die verwijzen naar een pagina die niet meer bestaat of niet bereikbaar is.
- DofollowEen gewone link zonder nofollow, die zoekmachines mogen volgen en meewegen.
- Domain AuthorityEen score van Moz tussen 1 en 100 die inschat hoe sterk een website is in zoekmachines.
- Domain RatingEen score van Ahrefs tussen 0 en 100 voor de sterkte van het backlinkprofiel van een website.
- Doorway pagesPagina’s die alleen gemaakt zijn om te ranken en bezoekers zonder waarde doorsturen.
- Duplicate contentDezelfde of bijna dezelfde inhoud die op meerdere URL’s verschijnt, op één of meer websites.
- Dwell timeDe tijd tussen een klik vanuit de zoekresultaten op een pagina en de terugkeer naar Google.
E
- E-commerce SEOHet optimaliseren van een webshop zodat producten en categorieën beter gevonden worden in Google.
- E-E-A-THet kwaliteitskader van Google: ervaring, expertise, autoriteit en betrouwbaarheid.
- Evergreen contentContent die lang relevant blijft en jarenlang verkeer kan opleveren, los van actualiteit.
F
- FAQ-schemaGestructureerde data waarmee je veelgestelde vragen en antwoorden machineleesbaar markeert.
- FCP (First Contentful Paint)De tijd tot er voor het eerst inhoud, zoals tekst of een afbeelding, op de pagina verschijnt.
- Featured snippetEen uitgelicht antwoord bovenaan de zoekresultaten, overgenomen uit een webpagina.
- Focus keywordHet ene zoekwoord waarop je een pagina in de eerste plaats wilt laten ranken.
G
- GEO (Generative Engine Optimization)Je content en merk zo optimaliseren dat AI-antwoorden jou noemen of als bron gebruiken.
- Google penaltyInformele term voor een lagere positie of verdwijnen uit Google door overtreding van de richtlijnen.
- Google-updateEen wijziging in de systemen waarmee Google zoekresultaten samenstelt en sorteert.
- GooglebotDe crawler van Google die webpagina’s ophaalt om ze te beoordelen en in de index op te nemen.
H
- H1De belangrijkste kop van een webpagina, die aangeeft waar de pagina over gaat.
- Handmatige actieEen maatregel van een Google-medewerker tegen een site die het spambeleid overtreedt.
- Heading tagsHTML-elementen van H1 tot H6 waarmee je koppen en de structuur van een pagina markeert.
- Helpful content updateEen Google-update uit 2022 die content voor mensen beloont en content voor zoekmachines terugdrukt.
- HreflangEen code die zoekmachines vertelt welke taal- of landversie van een pagina bij welke bezoeker hoort.
- HTTP-statuscodesDriecijferige codes waarmee een server aangeeft of een pagina is gevonden, verplaatst of stuk.
- HTTPSDe beveiligde versie van HTTP, waarbij data tussen browser en server versleuteld wordt verstuurd.
I
- ImpressiesHet aantal keren dat jouw pagina in de zoekresultaten verschijnt, ongeacht of er op wordt geklikt.
- IndexerenHet opslaan van een pagina in de database van een zoekmachine, zodat die kan worden getoond.
- Informatieve zoekintentieDe wens van een zoeker om iets te leren of te weten, zonder dat er direct een aankoop volgt.
- INP (Interaction to Next Paint)Een Core Web Vitals-maatstaf voor hoe snel een pagina reageert op klikken, tikken en toetsen.
- Interne linksLinks tussen pagina’s van dezelfde website, waarmee bezoekers en zoekmachines hun weg vinden.
K
- Keyword difficultyEen score van een SEO-tool die inschat hoe lastig het is om met een zoekwoord hoog te ranken.
- Keyword gapHet verschil tussen de zoekwoorden waarop je concurrenten scoren en jij niet.
- Keyword mappingHet koppelen van elk hoofdzoekwoord aan precies één pagina van je website, in een overzicht.
- Keyword stuffingHet onnatuurlijk vaak herhalen van zoekwoorden om beter te ranken, wat Google als spam ziet.
- Keyword-kannibalisatieMeerdere pagina’s van één website die om hetzelfde zoekwoord concurreren en elkaar afremmen.
- KlikdiepteHet aantal klikken dat nodig is om vanaf de homepage bij een bepaalde pagina te komen.
- Knowledge GraphDe kennisdatabase van Google met feiten over entiteiten zoals bedrijven, personen en plaatsen.
- Knowledge panelHet informatiekader dat Google bij een zoekopdracht naar een bedrijf, persoon of plaats toont.
L
- Lazy loadingEen techniek waarbij afbeeldingen pas laden als de bezoeker er bijna naartoe scrolt.
- LCP (Largest Contentful Paint)Een Core Web Vitals-maatstaf voor hoe snel het grootste zichtbare element van een pagina laadt.
- Link juiceDe informele naam voor de waarde die een link doorgeeft aan de pagina waarnaar hij verwijst.
- LinkbuildingHet verkrijgen van links van andere websites naar jouw site, voor meer autoriteit en vindbaarheid.
- LinkprofielHet geheel van alle links die naar een website verwijzen, met hun bronnen en ankerteksten.
- LLM SEOHet optimaliseren van je site en merk om genoemd te worden in antwoorden van AI-taalmodellen.
- llms.txtEen voorgesteld bestand dat de belangrijkste inhoud van je site samenvat voor AI-taalmodellen.
- Local citationsVermeldingen van de naam, het adres en het telefoonnummer van je bedrijf op andere websites.
- Local packHet kader met kaart en drie lokale bedrijven dat Google toont bij lokale zoekopdrachten.
- Lokale SEOHet vindbaar maken van je bedrijf in Google voor zoekopdrachten in de buurt van de klant.
- Longtail zoekwoordenZoekopdrachten van drie of meer woorden die specifiek zijn en weinig concurrentie hebben.
M
- Meta descriptionDe korte samenvatting van een pagina die Google onder de titel in de zoekresultaten kan tonen.
- Meta keywordsEen verouderde HTML-tag met zoekwoorden die Google niet gebruikt om pagina’s te ranken.
- Meta robotsEen tag in de head van een pagina die zoekmachines vertelt of ze die pagina mogen indexeren.
- Meta tagsStukjes code in de head van een pagina die zoekmachines en browsers informatie geven.
- MicrodataEen manier om gegevens in de HTML van een pagina te labelen, zodat zoekmachines ze begrijpen.
- Mobile-first indexingGoogle gebruikt de mobiele versie van je website als uitgangspunt voor indexeren en ranken.
N
- NAP-gegevensDe naam, het adres en het telefoonnummer van je bedrijf, die overal hetzelfde moeten zijn.
- Navigatieve zoekintentieZoekopdrachten waarmee iemand een bepaalde website of pagina wil bereiken, zoals een merknaam.
- NofollowEen linkattribuut dat zoekmachines vertelt een link niet als aanbeveling te beschouwen.
- NoindexEen instructie die zoekmachines vraagt een pagina niet in de zoekresultaten op te nemen.
O
- Off-page SEOAlles wat je buiten je eigen website doet om je vindbaarheid en autoriteit te vergroten.
- On-page SEOHet optimaliseren van de tekst, koppen en code van je eigen pagina’s voor zoekmachines en lezers.
- Organisch verkeerBezoekers die via onbetaalde zoekresultaten op je website komen, zoals die van Google of Bing.
- Orphan pageEen pagina waar geen enkele interne link naartoe verwijst, waardoor die moeilijk te vinden is.
P
- Page experienceDe mate waarin bezoekers een pagina prettig en betrouwbaar vinden werken, volgens Google.
- PageRankHet algoritme van Google dat het belang van een pagina inschat op basis van de links ernaartoe.
- PagespeedHoe snel een pagina laadt en bruikbaar wordt, wat van invloed is op bezoekers en vindbaarheid.
- PagineringHet verdelen van een lange lijst over meerdere pagina’s, zoals pagina 1, 2 en 3 van een categorie.
- People Also AskEen blok in Google met aanklikbare vragen over je zoekopdracht, elk met een kort antwoord.
- Pillar pageEen uitgebreide pagina over een breed onderwerp die linkt naar diepgaande artikelen.
R
- RankBrainEen zelflerend systeem van Google dat helpt zoekopdrachten te begrijpen en te beantwoorden.
- RedirectEen automatische doorverwijzing van de ene URL naar de andere, voor mensen en zoekmachines.
- Redirect chainEen reeks redirects achter elkaar, van URL A naar B en verder naar C in plaats van direct.
- Redirect loopRedirects die elkaar eindeloos doorverwijzen, waardoor de pagina nooit laadt.
- Rel="sponsored"Een linkattribuut om betaalde links, advertenties en gesponsorde plaatsingen te markeren.
- Rel="ugc"Een linkattribuut voor links in content die bezoekers zelf plaatsen, zoals reacties.
- RenderingHet omzetten van code naar de pagina die een bezoeker of zoekmachine daadwerkelijk te zien krijgt.
- Rich resultsZoekresultaten met extra visuele informatie, zoals sterren, prijzen of afbeeldingen.
- Rich snippetsZoekresultaten met extra informatie onder de titel, zoals beoordelingssterren of een prijs.
- Robots.txtEen tekstbestand dat zoekmachines vertelt welke delen van je website ze wel of niet mogen crawlen.
S
- Schema markupCode die zoekmachines vertelt wat een pagina bevat, volgens de woordenschat van schema.org.
- Semantische SEOSEO die draait om betekenis, onderwerpen en context in plaats van losse zoekwoorden.
- SEO-auditEen grondige controle van je website op technische, inhoudelijke en linkgerelateerde SEO-problemen.
- SEO-contentContent die is geschreven om gevonden te worden in zoekmachines en tegelijk de lezer helpt.
- SEO-copywritingTeksten schrijven die zowel overtuigen als goed gevonden worden in zoekmachines.
- SEO-strategieEen plan dat vastlegt hoe je met SEO bepaalde doelen bereikt, met keuzes en prioriteiten.
- SEO-titelDe titel van een pagina zoals zoekmachines die lezen en in de zoekresultaten tonen.
- SEO-vriendelijke URLEen kort, leesbaar webadres dat duidelijk maakt waar de pagina over gaat.
- SEO-zichtbaarheidHoe vaak en hoe prominent je website verschijnt in de organische zoekresultaten.
- SERPDe pagina met resultaten die een zoekmachine toont nadat iemand een zoekopdracht heeft ingevoerd.
- SERP featuresExtra onderdelen in de zoekresultaten naast de gewone blauwe links, zoals kaarten en snippets.
- Short tail zoekwoordenKorte, brede zoektermen van een of twee woorden met veel zoekvolume en veel concurrentie.
- SilostructuurEen manier om een website in themagroepen in te delen, met interne links binnen elke groep.
- Site-architectuurDe manier waarop de pagina’s van een website zijn ingedeeld en onderling met elkaar zijn verbonden.
- SitelinksExtra links onder een zoekresultaat die direct naar belangrijke pagina’s van die website leiden.
- SitemapEen bestand met de belangrijkste pagina’s van je website, om zoekmachines te helpen ze te vinden.
- SlugHet laatste deel van een URL dat de pagina aanduidt, zoals seo-audit in voorbeeld.nl/seo-audit.
- Soft 404Een pagina die zegt dat er niets te vinden is, maar toch een gewone statuscode 200 teruggeeft.
- Structured dataGestandaardiseerde code op een pagina die machines helpt de inhoud te begrijpen.
- SubdomeinEen apart deel van je domeinnaam vóór het hoofddomein, zoals blog.voorbeeld.nl.
- SubfolderEen map in de URL van je website, zoals voorbeeld.nl/blog/, om pagina’s te groeperen.
T
- Technische SEOHet technisch gezond maken van je website, zodat zoekmachines hem kunnen crawlen en indexeren.
- Thin contentPagina’s met weinig of geen toegevoegde waarde voor bezoekers, zoals lege of gekopieerde teksten.
- Title tagDe paginatitel in de HTML-code die in het browsertabblad en in zoekresultaten verschijnt.
- TLDHet laatste deel van een domeinnaam, achter de laatste punt, zoals .nl of .com.
- Topic clusterEen groep onderling gelinkte pagina’s rond één hoofdonderwerp, met een pillar page als kern.
- Toxic backlinksInkomende links van laagwaardige of spammy websites die je linkprofiel kunnen schaden.
- Transactionele zoekintentieZoekopdrachten van mensen die klaar zijn om iets te kopen, te bestellen of aan te vragen.
- Trust FlowEen score van Majestic (0 tot 100) voor hoe betrouwbaar de links naar een website zijn.
- TTFB (Time to First Byte)De tijd tussen een verzoek aan de server en de eerste byte die de browser terugkrijgt.
U
V
W
Z
- Zero-click searchesZoekopdrachten waarbij het antwoord direct in de zoekresultaten staat en niemand doorklikt.
- ZoekintentieHet doel achter een zoekopdracht: wat iemand wil weten, vinden, doen of kopen.
- ZoekmachineEen online systeem dat het web doorzoekt en bij een zoekopdracht relevante pagina’s toont.
- ZoekvolumeHet gemiddelde aantal keren per maand dat een zoekwoord in een zoekmachine wordt ingevoerd.
- ZoekwoorddichtheidHet percentage woorden in een tekst dat uit een bepaald zoekwoord bestaat.
- ZoekwoordenDe woorden en woordcombinaties die mensen in een zoekmachine invoeren om iets te vinden.
- ZoekwoordonderzoekUitzoeken welke zoekwoorden je doelgroep gebruikt, hoe vaak en hoe lastig het is om te ranken.
Geen termen gevonden voor “”.
Probeer een ander woord of blader per onderwerp. Mis je een term? Laat het ons weten.